Aug 22 2010

Larry Gross’ mission

The sky shone with bright glowing orange and golden shades, filling it with grandeur. A long, slowly moving shadow settled softly in the dry red dust, alongside the road. The only sound was the wheel underneath Larry Gross’ giant wooden cross dragging over warm freeway-asphalt, accompanied by loud crickets and the stillness of the leaving sun. Tree words engraved in the teak colored wood declared the mission Larry was on. Big glasses, ‘His pain, your gain’ on his sweat soiled t-shirt that sat tight around his belly. Some called him utterly crazed, some inspiring and incredibly brave. Walking along the freeways of Texas, overjoyed by love for one man, for now he just kept on strolling without words. Seconds lost their time into minutes on end. A former heroin, crack and methadone addict , Jew and atheist. Finally a slightly out-of-breath-voice murmured almost inaudibly.

‘I can hear God in the silence…

It’s a still small beautiful voice.’

(after seeing the documentary  ’High on Jesus’ on Holland Doc, made by Ikon)


Aug 6 2010

Het gevaar van zeilmeisjes

Laura mag zeilen! De kinderrechter gaf groen licht. Niet meer alleen naar Engeland heen en weer zeilen of vluchten voor de gehaaide media waardoor ze omstreeks de kerstvakantie amper adem kon halen en de schone lucht en zee van Curaçao van dichtbij móest aanschouwen om enigszins tot rust te komen. Nee, ze mag definitief de wéreld over. De stil gekoesterde hoop op een solo wereldreis in haar onzekere en zelfs verbitterde hart moet ervan opgesprongen hebben want wie had dát nou voor mogelijk gehouden in zo’n democratisch maar o zo gecensureerd streng Bureau-Jeugdzorg-land met z’n overdreven en buitenproportionele bezorgde eisen. Het zenuwslopende en wanhopende wachten is voorbij. Eindelijk.

Zijn we voor of tegen? Is het verantwoord om een 14-jarige de wereldzeeën vol grote golven en haaien op te sturen? Draagt de staat hiervoor de verantwoordelijkheid? Ouders of Laura zelf? Misschien wel haar broertje die ze niet kan uitstaan omdat hij haar heeft weggepest en ze hem hiermee officieus verleden tijd verklaart.

Vanochtend verliet ze verschillende mensen op de naar vis ruikende Zeeuwse steiger achter tot het stippen waren aan de horizon.

Pa Dekker: ‘Zo. Die zag je niet aankomen hè mevrouwtje gezinsvoogd? Balen joh… dat ze tóch de wereld over mag. Zo ver ben jij in heel je leven nog niet geweest, of wel?’

Gezinsvoogd: ‘Oh maar ik gun het haar uiteraard… Toch bemerk ik een ondertoon in uw stem die me eigenlijk niet bevalt. Het is een win-win situatie, voor alle partijen. Deelt u mijn mening? Vast wel!

Pa Dekker: Nooit! Op me moeders grafsteen nog niet! Wat ik niet begrijp hè, is hoe mensen zoals u ‘s nachts altijd prima slapen, als een roos zeg maar hè. Terwijl het u, met respect, geen flikker uitmaakt of wij al dan de niet konden slapen van die rapporten die u met uw HBO niveautje uit uw mouw flanst. Goed verzonnen hoor die verhalen! Wat was het ook weer? Onvoldoende bekwaam de ouderschap te vervullen. Gek eigenlijk. Want u heb namelijk geen enkel idee wat de verplichtingen van het ouderschap van binnen of van buiten betekent hè! Hoeveel kinderen had u ook weer? Oja. Nul komma nul. Effies vergeten zogenaamd. Of een bedreiging in de ontwikkeling bla bla. Die was ook leuk inderdaad. Laat me één ding zeggen hè. Als u met uw kouwelijke douche rapporten mevrouw de gezinsvoogd wil uithangen, gaat dat dan maar lekker ergens anders doen! Alsjeblieft zeg. Of ik die mening deel? Wat dacht u zelf nou? Ik ben het met nog geen één punt met u eens geweest. Die herinnering is zomaar uit uw slimme koppie geglipt. Foutje zeker.’

Gezinsvoogd: Nou, vader u klinkt wel bozig, klopt dat?

Pa Dekker: ‘Boos? Welnee! Teleurgesteld, dat wel en als ik effe mag zegge…’

Gezinsvoogd: ‘Sorrie, maar ik onderbreek u even want ik heb nog niet kunnen reageren, dat begrijpt u. Het enige wat ik heb gedaan is het voorop stellen van Laura’s welzijn en het beschermen en waarborgen van haar ontwikkeling. Mijn belang is niet anders geweest dan die van u! Ze is een slimme meid en haar school moest geregeld zijn. Ook zal ze sociale contacten missen en de mogelijke effecten daarvan moesten we grondig onderzoeken. Verder bent u een vader met een uitgesproken mening en daarin heeft u bewezen dat u Laura’s belang voorop kan stellen. Vóór die van uzelf. Heel knap dus! Een belangrijke stap in het proces de afgelopen negen maanden. Wat er mede voor heeft gezorgd dat we nu allen op deze kade Laura uit kunnen zwaaien.’

Pa Dekker: ‘En toch dacht ik dat ik u in de rechtzaal toen de OTS en dus uw bemoei-praktijken stopgezet werden, ook uitgezwaaid had. Voorgoed, hoopte ik. Niet dus toen ik vandaag uw neus om de hoek zag zeilen, bij wijze van. Wat mij betreft had u de ganse dag op uw stoffige Bureau Jeugdzorg kantoor kunnen blijven zitten.’

Broer Lars: ‘Pa, houd je mond nou. Dat mens heeft gewoon ook d’r werk moeten doen. Wow, doe niet stressig. In principe kan ze je toch niks maken? Ik laat dit uitzwaai moment door niemand of wat ook verpesten. Zeker niet! Kijk, daar gaat ze. (mompelend) Met d’r arrogante rotkop. Zo, daar zijn we dan eindelijk effies een jaartje vanaf. Minstens.’

Het waterdicht gemetselde muurtje van stapels rapporten en bemoeienis van Bureau Jeugdzorg en de Raad van de Kinderbescherming voorkomt in elk geval dat de vinger in de richting van Den Haag gaat wijzen, mocht  het knalrode bootje ‘Guppy’ zonder Laura aankomen, is mijn bescheiden verwachting. Wiens verantwoordelijkheid Laura’s reis is, zal alleen duidelijk worden als ze de eindstreep niet haalt. De staat heeft aan de minimum opvoedingseisen voldaan, naast het stimuleren van een stresswerend mechanisme bij Laura en haar ouders. Aan de andere kant, Laura die kiest voor het ruime sop kan inspiratie betekenen, aldus Dominee Gremdaat. Om bijvoorbeeld eindelijk eens van die rookverslaving af te komen of nu écht Spaans te gaan leren. Laura’s inspiratie aan de uit de kast komende zeilmeisjes over de hele wereld kan ook gevaarlijk zijn. Is haar zeilreis een dwaling of angstaanjagende aanstellerij? Kan het leiden tot rampzalige toekomsten? Misschien. En zo kan de zeilboot van meerdere kanten bekeken worden. Zus en zo.

Mijn mening is simpel. De eenvoud is ons te gecompliceerd geworden. Persoonlijk deel ik de mening van columnist Bert Wagendorp die heftig verbaasd zijn wenkbrauwen heeft gekruld bij het horen de voors-en-tegens van psychologen, media en alle anderen. Ergens aan het begin van Laura’s wereldreisproject had iemand (haar vader, de hoofdonderwijzer, de havenmeester, de wijkagent, haar strenge oom Kees) moeten zeggen: ‘Nee, er komt niks van in. Punt uit.’ ‘Waarom dan niet?’ ‘Daarom niet.’ Waarom er dan ook een ‘proces’ of ‘traject’ gekozen is terwijl de gehele kwestie met gezond verstand op te lossen viel, is mij dan ook een compleet raadsel.


Jul 25 2010

Koolzaad

Kilometers geel zoefden voorbij. Met een schuin hoofd en half dichtgeknepen ogen werden het slierten gele slangen, zo turend en luisterend naar de grommende motor van de donkerblauwe Cincequento. Ze bedacht hoe de velden met koolzaad eruit zouden zien als ze blauw zouden zijn maar dat leek haar toch minder mooi. De autoramen stonden half open en maakten een stofzuigergeluid. Ze boog naar voren, leunde met haar kin op het glas zodat haar haar wapperde in de wind. Het was al zo warm dat papa een jurk aantrekken vanochtend een prima plan had gevonden. Mama had gezegd dat het al behoorlijk zomers was voor de tijd van het jaar. Honing rook ze en een soort van bloemengeur die leek op de zomer.

‘De baas van papa is zo aardig ons telkens een auto mee te geven’, had papa gezegd. ‘Een auto van de zaak, oftewel een auto die de boel niet verzaakt.’ Soms als ze mazzel hadden volgens papa reden ze als een koning met twee koninginnen in een super de luxe Audi, papa’s lievelingsauto’s. ‘Hoor es meiden hoe stil die motor is, we horen bijna niks!’ Judith haalde haar natte duim uit haar mond en mompelde iets onhoorbaars naast haar op de achterbank terwijl ze naar buiten bleef kijken. Duimen mag als je vijf bent vond papa maar als je iets wil zeggen moest je hem netjes uit je mond halen. Papa gaf zijn oudste dochter in de achteruitkijkspiegel een knipoog want hij wist dat zij zonder duim ook niet kon inslapen ‘s avonds, al was ze twee jaar ouder dan Judith. Op de heenreis had pap hen gevraagd of ze het teken van een Audi wisten en dat was natuurlijk een hele stomme vraag. Ze wisten de tekens van de Volkswagen, BMW, Ford, Mercedes, Hyundai, Citroën, Nissan, Honda, Alfa Romeo, Lada, Opel, Renault, Mazda, Peugeot, Mitsubishi, Saab, Toyota, Suzuki, Seat en Volvo omdat ze bijna elke dag in de auto naar mama moesten oefenen, tenminste als Judith niet sliep, zoals in 97 procent het geval was op de terugweg. De vingers om te tellen hoe veel keren ze al met z’n drieën naar mama waren gegaan waren al dagen op. ‘Die rode auto vóór ons?’ had papa gevraagd. ‘Ford Fiësta’ riepen ze dan. ‘Ik spaar vandaag Mazda’s pap’, klonk het vanaf de achterbank. Op kleur sparen kon ook. Rode Honda’s bijvoorbeeld. Alfa Romeo’s waren papa’s tweede favoriet omdat de naam zo lekker klonk. BMW’s werden in Duitsland gemaakt en papa zei ‘BMW’ altijd met een Duits accent. Hij kon ook een oude buurman uit ‘Utrech’  goed nadoen. Of de Rijkspolitie regio Rotterdam- Rijnmond. Wat papa vaak vergat is dat hij de Rijkspolitie regio Rotterdam-Rijnmond al een triljoen keer had nagedaan, iets wat pap niet aan zijn verstand te brengen was, laat staan dat hij te stoppen was in zijn talloze pogingen om het dit keer nòg beter en levendiger na te doen dan de vorige keer. Ongeveer precies op dezelfde levendige manier kon hij met hevig rondzwaaiende armgebaren en alles erbij, altijd maar weer voordoen hoe het schakelen ging van de ouwe legertruck die uit hetzelfde bouwjaar kwam als hijzèlf, namelijk ’53 en dat was een pràchtjaar! Ze wist dat papa in het leger zijn vrachtwagenrijbewijs gehaald had en dat was nòg stoerder dan sigaretten roken en het hebben van halflang haar, zo tot op zijn schouders. Ze dacht aan de oude foto waar pap met een strenge mond maar lachende ogen pontificaal bovenop een legervrachtwagen of patrouillewagen zat zoals dat in het echt heet en hij had een sigaret in zijn hand. Stiekem had ze zich van binnen als een vuurtje van trots gevoeld omdat pap het toch maar weer voor elkaar had gebokst om zomaar zonder pardon op die huizenhoge gevaarlijke legertruck te klimmen. Daar was moed voor nodig uiteraard. Wat wel een nadeel was was dat pap tijdens het verhaal altijd opeens loeihard ging praten en heel wild deed, net zoals sommige schreeuwende mensen op tv, iets wat haar helemaal niet nodig leek. Soms voelde ze dan in haar onderbuik een flauw vermoeden dat er in pap een sergeant met snor verstopt zat die ongetiegelijk streng kon zijn. Zo één die je lukraak een klap op je kanus kon geven met een bikkelhard  zwart glimmend geweer dat oorverdovende kogels kan schieten en je oren kunnen doen suizen terwijl je absoluut honderd procent zeker weet dat je je schoenen wèl grondig gepoetst had, zoals je moet doen in het leger. Het toneelstuk van papa ging dan altijd ongeveer zo: ‘Nee, wachten.. wachten.. klìngg.. Hop. Wrrrèngg, in z’n twee! Gas los! Koppeling in! En die machine maar reutelen.. Bubbubbubbubb.. Wachten… Wachten.. tot het toerental genoeg gedaald was. Ja? Ja! Wwwhrengg! In z’n dríe!’ Vlinders kriebelden dan zachtjes haar onderbuikgevoel en ze probeerde dan hard en hysterisch te lachen, iets wat eigenlijk nog het beste hielp om het gekriebel niet te voelen. Alleen was er nooit geluid te horen omdat het geluid als een kikker in haar keel bleef steken op juist díe momenten. ‘Haha, yes pap, leuk verhaal hahaha’, schreeuwde ze dan in gedachten met een stem zo schel als een huilende baby. Eén keer had Judith naast haar op de achterbank, gemerkt dat haar vuisten gebald waren tijdens het geluidloze hysterische lachen. Best gek toen Judith daar zo over nadacht. Alsof haar zus misschien half verwachtte dat de sergeant met zijn oerlelijke snor en bulderstem op elk moment dreigend om de hoek zou kunnen komen marcheren, als een vervelende verrassing.

Dat vlindergevoel had ze ook gehad toen ze een keer ‘s nachts was wakker geschrokken na een vreselijk enge droom over een jongen die heel erg leek op Tommy en klem had gezeten in een grot. Daar was het niet bij gebleven want zij en haar bed waren drijfnat gebleken van het zweet. Papa had het toegeschreven aan angstzweet en had gezegd dat het geen goed idee was als ze vaker naar ‘Lassie’ zou kijken op tv, ook niet bij Fleur thuis. Volgens papa was dat nou precies de oorzaak van al deze ellende. Maar nu was het een paar minuten stil in de auto op het gebrom van de motor en het geflapper van de wapperende wind na. Judith was nog wakker al vochten haar oogleden tegen de slaap en dit was nog maar de heenreis.  Vaak stond de achterbank in haar perzikzachte wang gedrukt als het tijd was om uit te stappen. Mama vond dat schattig. ‘Pap?’ ‘Ja Miek..’ ‘Wanneer mag mama nou uit het ziekenhuis?’ vroeg een zachte stem fluisterend.

Eenmaal in het witte gebouw had ze haar ogen gesloten en het blindemanspel gedaan, zonder het tegen papa te zeggen. Zijn hand had de hare stevig vastgehouden. Er was geen ontsnappen aan op dat moment. Ze dacht aan een omhelzing met mama en de geur van de zee en witte pluiswolken die ze dan vaak rook in haar moeders nek. Mama had een keer uitgelegd dat die geur ‘Musk’ heette van de Body Shop. Op de een of andere onverklaarbare manier moest ze dan altijd denken aan muziek van de piano, iets waar mama erg van hield. Bach heette dat. Mama had verteld dat Mozart een andere man was die piano én viool kon spelen, al vanaf 3 jaar, wat heel knap was. Mozart bleek in Wenen te hebben gewoond met een idiote pruik op die er niet uitzag. Thuis had ze mama wel eens begluurd toen ze zogenaamd haar boek ‘Eddo, het hermelijntje’ zat te lezen maar niet heus en wat ze had gezien was zich als een mooie melodie blijven herhalen in haar hoofd. Als mama piano speelde gingen haar schouders en haar hoofd heen en weer en dat leek op dansen, ritmisch en in mineur want zo heette dat. Opgaan in de muziek was de benaming om precies te zijn.

Bij de lift aangekomen hoorde ze het geritsel van witte jassen en de verdiepingen maakten pling-geluiden, iets dat een vredig gevoel gaf. Net als papa’s warme hand. Toen de grote zware metalen deuren door onzichtbare mannen in slowmotion open geduwd werden, was ze met haar twee jaar jongere zusje de gang ingerend, terwijl papa gisteren nog had gezegd dat hij daar absoluut niet van gediend was. Hier hingen vrouwen zonder kleren op schilderijen aan de spierwitte muren. Kunst, zogenaamd. Vier ogen hadden de hoogte in getuurd en daarna elkaar aangekeken. Geluidloze lippen telden af. Judith had van enthousiasme zelfs in de lucht gesprongen. Eén. Twee. Drie.. ‘Tieten, tieten, blote tieten!’ Papa’s stem klonk zoals zijn strenge ogen op de foto met de patrouillewagen, klinkend als de zware stem van de bulderende sergeant: ‘Dames! Dámes!!

Nieuwsgierige ogen namen een glimp op van de kamer  op de zevende verdieping waar mama in lag. Haar ,volgens papa sprieterige sproetenlijf, verschuilde zich achter de deurpost in stille verlegenheid. Ze had gezien dat mama met haar ogen dicht op het spierwitte bed lag. De deken was lichtgeel en leek op de zon die strepen maakte op de grond. ‘Dat komt door de Luxaflex’, herinnerde ze zich mama’s licht hese stem. Papa had vorige week gezegd dat mama bepaald niet barstte van de energie en veel moest slapen voor de baby. Mama had niks gezegd toen ze de kamer binnenliepen die Judith heerlijk vond ruiken. ‘Lekker naar ziekenhuis ruikt het hier’, snoof Judith dan. ‘Net als benzine, ook zo’n zalige geur!’, hoorde ze haar zusje in gedachten zeggen. Zelf was ze er totaal niet weg van maar dat had meer te maken met de vlagen van misselijkheid die ze zich herinnerde na een liesbreuk operatie twee jaar geleden. Op dag twee na de operatie had ze zichzelf niet kunnen bedwingen en had vastbesloten aangekondigd ‘buiten te gaan spelen’, iets waarover mama zich had gevraagd of dat nou wel zo verstandig was. Het had geresulteerd in een voorzichtig en pijnlijk uitziend geschuifel zoals een kromgegroeide stokoude vrouw van minstens negentig; de tuin uit, nog geen drie meter de naar teer ruikende zanderige steeg in en terug, zich vastgrijpend aan de schutting voor steun. Dit alles had zes minuten in beslag genomen. De rest van de middag had zich afgespeeld onder haar wit-met-blauwe schaapjes dekbed. De pijnscheuten herinnerde ze zich nog. Ondraaglijk. Rechtop lopen was nog een heel aantal dagen niet aan de orde geweest, laat staan rekenopdrachten maken bij juf Greta van groep drie. Het enige leuke was de torenhoge stapel aan cadeaus!

Stiekem hoopte ze dat mama nu iets zou zeggen en herinnerde zich de wandeling door de tuin van het AMC. De bloesemboom thuis in de tuin was normaal gesproken mama’s verjaardagscadeau eind april maar dit jaar was mama niet thuis om ervan te genieten. Papa had gezegd dat mama dan maar diep in haar geheugen moest graven en dan maar moest dromen over de bloeiende roze bloesemboom. In de tuin van het AMC hadden mensen met doorzichtige slangen aan hun armen en zakken met water in de lucht rond gewandeld en dat bezorgde haar een licht gevoel van kriebel terwijl ze absoluut niet goed begreep waarom. Broeierig warm had mama het gevonden. Papa en mama hadden onverstaanbaar gesmoesd terwijl papa even ervoor haar en Judith had aangemoedigd om vlinders te gaan zoeken, even verderop. Papa duwde de grijze rolstoel met mama en haar enorme dikke buik die naar de hemel wees erin. Er waren rodondrendons en fuchsia’s waarvan de groene knopjes konden ploppen in je hand. Oma had dat weleens laten zien nadat ze hadden geholpen met grasmaaien en inmiddels waren zij en Judith er sterren in geworden, was de bescheiden mening van opa. Vlinders waren er niet  in de AMC tuin. Rupsen wel. Toen ze er één wilde laten zien en terug holde, zag ze een treurige M-mond op mama’s gezicht. Papa’s knokkels waren wit van het knijpen in mama’s hand. Vlagen van halve woorden had ze opgevangen die leken op bloedverlies, ontwijken van artsen voor ontslag en iets van eenzaamheid, wat het ook mocht betekenen. ‘Ik ga dan douchen of wandelen of naar de stilte ruimte en kien het moment uit om maar niet te horen dat ik naar huis moet’, had ze mama horen zeggen met een zachte hese stem. Opeens was daar het het kriebelige vlindergevoel in haar buik om de hoek komen zeilen dat ervoor gezorgd had dat ze als een bezetene over het pad heen en weer was gaan rennen. Papa’s antwoord zorgde ervoor dat mama’s ogen in de lege lucht stilstonden en het leek erop dat mama er niet bij was met haar gedachten. Door de groene bladeren hoorde ze veel, hoe goed haar ouders ook hun best deden om hun verdrietige handen en tegelijkertijd de voorzichtige glimpen van hoop in hun ogen af te schermen van de kleine rennende lijven vol energie die het pad onverminderd op en neer bleven rennen en inmiddels tikkertje deden. ‘Marijk, ik wil je thuis. Tuurlijk wil ik dat! Zo riskant alleen.’ Zwijgzaam liepen ze door. De rolstoel van mama rolde over het mossige pad tot Judith vroeg of ze ja of de nee ijs mocht.

Een kleine hand kriebelde op die van mama. Judith deed de overtreffende trap door op mama’s gezicht een vlieg na te doen met haar vingers waarna grijsblauwe ogen knipperden en een verhaal van opluchting en vrolijkheid vertelden, als een clown die lacht na gehuild te hebben met een M-mond. ‘Hee mam, ik zit in nu in wit’, flapte Judith eruit. Mama keek papa aan met een vraagtekenend gezicht. ‘Zwemles’, verklaarde papa. ‘Echt?’ ‘Mag ik je appelsap?’ ‘Mmm… oké dan.’ Omdat ze volgens mama zo’n gevoelig kind zou zijn mocht ze haar oor op mama’s buik leggen om de baby te voelen vandaag. Mama en de andere twee vrouwen lagen precies op volgorde en dat gaf een rustgevend gevoel. Een beetje als vriendinnen worden en mee mogen doen met een nieuw spelletje op het  schoolplein, in de pauze. Judith gluurde met detective ogen langs de half gesloten gordijnen. De buurvrouw had een tweeling in haar buik, de buurvrouw daarnaast, naast de gang, een drieling. De buurvrouw met twee babies was het állerdikst. Haar buik stond op ontploffen. Ze hoopte niet dat dat zou gebeuren want dat zou een hoop bende kunnen opleveren op deze spierwitte muren. En de vrouwen en één man in hun witte uniformen waren normaal gezien al zo druk, al blonken ze nu van afwezigheid en zaten ze waarschijnlijk pauze te houden en grote gezelligers uit te hangen in hun kantoor. Papa toverde zijn gele koolzaadbos van achter zijn rug tevoorschijn wat voor mama natuurlijk niet lukraak uit de lucht kwam vallen en absoluut geen verrassing bleek te zijn want ze had de zomer allang geroken toen we haar en die van de bijna-tweeling-en-drieling-moeder binnengelopen waren. ‘Lief Dick’, zei ze glimlachend. Papa vroeg hoe het vandaag was en zoals zo vaak had mama het weer een okédag maar was ze vooral blij dat we er waren omdat ze zich er zo op verheugd had.

Op bijna elke terugrit terug naar Almere wapperden Judiths gele krullen heel vaak helemaal voor haar gezicht. Buiten scheen inmiddels de maan en op het gebrom van de auto overheerste donkere stilte. De stemmen van Pino en Inimini waren verstild en Sesamstraat sliep al. Alleen in gedachten was de ergernis van Tommie’s stem nog hoorbaar: ’Ik kan niet slapen, kan niet slapen, in de kamer is een mug. Hij is net weer even weg, maar telkens komt-ie terug. Dan vliegt-ie met zijn mugmotoren, keihard, heel dicht langs mijn oren en soms dan is het plotseling stil… Dan zit-ie ergens, ‘k weet het zeker op mijn neus of mijn kin, op mijn wang of mijn bil. Vervelend beest, ga nou slapen, ga nou slapen!’ Geruisloos had papa de casettespeler op uit gedrukt.

Voordat ze half in slaap sukkelde op de achterbank, ongeveer ter hoogte van de A1 op de kruising met de Hogering dacht ze aan het verhaal wat papa had verteld aan mama vanavond, waarvan ze niet zeker wist wat ze ervan moest denken. Twijfelend had ze staan dubben of het nou een goed of slecht iets was want papa’s stem had vol geklonken van lof als ze het goed had gehoord. Patrick was één van die pestkoppen die ervoor had gezorgd dat niemand zogenaamd op de glijbaan mocht. Hij schold iedereen verrot samen met Marco. Die was nóg erder. Samen beeldden ze zich in de Koningen der Glijbanen te zijn en heersten vol tirannie over het hofje vol zielige afdruipers. Huilend was ze naar huis gehold en met haar natte wangen door papa op een keukenstoel getild, slap van verdriet en woede die haar naar lucht hadden doen happen, eerder die week. Na een hortend en stotend relaas van het grote onrecht dat heerste in het hofje was haar ademhaling aanzienlijk bedaard toen ze de verzachtende en friszoete smaak van een Festini perenijsje opzoog, die papa in haar handen had geduwd. Met met een triomfantelijk gebaar had hij deze van haar papieren omhulsel bevrijd en dat had een voorzichtige glimlach teweeg gebracht tussen de sproeten door. ‘Luister es, Miek!, had hij streng gesproken. ‘Ben je een watje of ben je het niet?! Als je van dat gedoe af wil zijn moet je voor jezelf opkomen en eens flink van je af meppen! Hoor je me? Niet huilen! Zo! Wham! Een klap voor hun kop. Een goeie trap kan ook. Hoor je? Bijt van je af hoor. Jij gaat nu nadenken of je binnen gaat blijven en niet meer in het hofje durft te spelen of je kiest om van je af te bijten. Aan jóu de keus! Huilen gaat niet meer gebeuren.‘ Al smakkend had ze deze woorden in haar ziel laten sijpelen en het had een onverwachte wending teweeg gebracht. Patricks moeder stond niet lang daarna in haar wit met rood gestipte doorschijnende blouse en spijkerbroek waaronder haar bilrand zichtbaar was passief agressief aaneenhoudend op de deurbel te drukken tot er opengedaan werd. Schreeuwend met een Jordanees accent, een hand in haar zij en onrustig wiebelend op witte teenslippers had ze een poging gedaan om verhaal te halen aangezien ‘háár sóón’, alias de Heerser van het hofje met een goeie pofferd op zijn oog van de troon gestoten was en ‘wát  dan wel de rede moch wesen dat dat kind só agerressief was?!’ ‘Uhmm’.., had pap gereageerd. ‘Misschien wel omdat hun moeder al zeven weken in het ziekenhuis ligt?..’ Patricks moeder zich resoluut had omgedraaid nadat ze na een kort pauzemoment  ’oowh’ had gezegd met minstens veertig decibellen minder. Luisterend naar paps zachte rochelende ademhaling achter het stuur dacht ze na over mama’s reactie nadat papa haar dit voorval had toevertrouwd vanavond. Totaal tegen alle verwachtingen in had mama zonder geluid gelachen met een flauwe glimlach op haar gezicht. Heel gek.

Zelfs van de hobbels van de wegvlakbij huis, drempels officieel, werd Judith niet wakker en wiegde haar hoofd als van een slappe pop heen en weer. Zelf zou het ook niet lang duren voor ze in bed verder kon slapen tot de zon weer een oranje gloed zou werpen op de volgende dag, er weer één dichterbij de komst van haar broertje. Dat zou het worden! Pap had voorzichtig gezegd dat het ook een zusje zou kunnen worden maar dat was je reinste onzin. ‘Ik heb er toch voor gebid!, was de hoogst verontwaardigde reactie. Soms, als ze zelf nog wakker was als de auto stilstond deed ze Judiths gordel los en hoorde papa altijd een beetje zuchten terwijl hij haar voorzichtig en geruisloos de trap op tilde, naar bed.


Jul 21 2010

De buschauffeur en de Surinaamse schone

Eén met pit, deze buschauffeur. Optrekken ging met passie gepaard. Met blonde verve zat hij bestuurlijk jong maar mannelijk te wezen achter het gigantische stuur. Rechts achter zat een pikzwarte man. Deuren open. Een glimp naar rechts leverde uitzicht op een Surinaamse schone die glimlachte in haar rond gevormde bloemenjurk. Donkere lokken, een gouden tand en speelse ogen die de aandacht vasthielden, zo lang als de zomer. Deuren klapten dicht. Ze bleef achter in giechelige toestand naast haar vriendin/zus/nicht/buurmeisje. De pikzwarte man mompelde vol waardering. ‘Wattuh?’, vroeg de buschauffeur. ‘Mmm man. Je hebt smáák!’


Jul 14 2010

Wonder van de dag

‘En, nog iets leuks gedaan of meegemaakt?’, vroeg ik de lange stuntelige 15-jarige Ryan die vanuit school de verplichting opgelegd had gekregen om in de zomervakantie huiswerk te komen maken omdat dat de aller, aller, allerlaatste kans en poging is over te gaan op school. Buiten was het tropisch warm. Met zijn broek op zijn knieën waardoor zijn boxer duidelijk zichtbaar was en een pet achterstevoren wandelde Ryan sjokkend het studielokaal binnen en nam de tijd om op een comfortabele uitziende stoel neer te strijken. Hij deed zich ogenschijnlijk nors, stoer en puberaal voor en mompelde een onverstaanbaar ‘hoi’.  Waar Ryan niet in slaagde was om zijn niet geringe enthousiasme over een bepaalde gebeurtenis die zich gisteren had afgespeeld te verbergen na een kleine bal die ik opspeelde met een neutrale en eenvoudige vraag.

‘Nou, eigenlijk niks bijzonders… Of toch wel… Ja! Gisteren heb ik een wonder meegemaakt!’

‘Nee, dat meen je, vertel!’

‘Nou ja, zo ging ie dus. Er zat een hele mooie vogel in de tuin opeens, bovenop de racefiets. Een koolmees of een pimpelmees ofzo. Heb em hier op m’n mobiel. Ook nog video’s op de computer thuis trouwens. Eerst dachten we dat ie uitgehongerd en opgedroogd was. Dat was dus ook zo want we gingen hem water en brood geven en dat at ie zo op. Hij was ongelofelijk mak, zo mak dat ik em gewoon op m’n schouder heb gedaan en door het huis kon wandelen met em. We hebben em dus gevoerd en in de achtertuin gedaan. Later zagen we 2 grote vogels; z’n vader en z’n moeder, denk ik tenminste. Bleek zo te zijn later, trouwens! Om zes uur gingen we eten en was het wel mooi geweest. Heb em soort van succes gewenst. Ik zag em later dus wegvliegen met die grote vogels. Helemaal uitgehongerd en opgedroogd was ie… Eigenlijk denk ik dat ik hem gered heb, dus.’


Jul 10 2010

Zeemanzwembad

Met rood aangelopen wangen van de tropische zon vulde papa het kanarigele opblaasbare Zeemanzwembad, midden op het groene grasveld. Zijn duim zorgde voor een waaier aan water zo koud als ijs. Happend naar adem, met gespreide vingers om de zaligheid te vangen, trotseerde Tobias glansrijk de ijskou als een optelsom van de maanden dat hij oud was: vijftien.


Jun 9 2010

De liefde van de Limburgse fietsenmaker

‘Ja, vol is ie he? De schuur.. Verhuur wel mountainbikes maar geef er niet om, moet ik eerlijk bekennen. Levert wel wat centen op natuurlijk. Brood is nodig op de plank. Ja.. Machtige machines! KMT, 999 cc en een Harley heb ik ook. De wind en elementen, dat is het em.’


Jun 6 2010

Zinnen van de zee


‘Schat, moet je de zee zien. Kalm als een spiegel. Hij schittert helemaal!’, klonk een stem vol bewondering tegen zijn vrouw die een paar meter achter de man aanliep, het strand op. Zomerse geuren roken zwoel en warm, net als het fijne zand tussen mijn vingers. De zee leek besloten te hebben volkomen tot bedaren te komen, mogelijk na een ruziesfeer veroorzaakt door een conflict tussen wind, een koude luchtstroom uit IJsland een een warme uit de richting van Spanje. Ik moest denken aan sinaasappelbomen en hoe ongelofelijk lekker die ruiken als ze in bloei staan. Met een vriendin had ik een paar jaar geleden haar Spaanse verliefdheid opgezocht in Galiçia, Noord Spanje. De welgemanierde bruin gekleurde tapaseigenaar had voor ons een hotelkamer gereserveerd aan de kust want zijn moeder had twee weken eerder haar man verloren en daarmee was de gastvrijheid en bereidheid om de gastenkamer in orde te maken tijdelijk in duigen. De straat van het hotel werd verwelkomend omarmd door een haag van licht zwiepende sinaasappelbomen, loodzwaar met oranje stippen en witte bloemen aan weerszijden van de weg. Jo was slim en had een tak met twee of drie bloemen eraan in haar bijbel gestopt. De frisheid van wit en de zoete muskachtige geur van bloemen had zich een weg door de bladzijden en woorden gesijpeld. Waar een ander zware dogma’s zou lezen las zij het minstens een jaar lang met een luchtig vakantiegevoel en een lichte zweem van zoete vreugde.

Mijn lippen waren zout, proefde ik. De zon was al een stuk minder fel en omgaf me met een zachte deken van een aangename zomergloed. ‘Je mag geen meisjes slaan, Walter!’ Een stel kinderen liep sjokkend voorbij en de sfeer leek nog enigszins gespannen. De moeheid van een dagje strand had toegeslagen en zelfs de moeder die achter de 5-7 jarigen aansjokte negeerde het gekibbel, denkend aan de kipnuggets die ze in de frituur zou gooien om de monden uiteindelijk te horen verstillen. Het gekibbel maakte me slaperig en ik gaf toe aan het gewicht van mijn oogleden.

Vlagen van zinnen vlogen voorbij als een meeuw die zich laat voortbewegen op de opstijgende wind, bewegingsloos. Ik moest denken aan de conversatie op de heenweg. ‘Wat denk jij, klinken geluiden in de zomer of in de winter anders? De zomer klinkt nou eenmaal anders dan de winter, toch?’ De stem in mijn gedachten had even tijd nodig zich een mening te vormen maar ik kon me er na even nadenken wel in vinden. Zomer klinkt zomers, klopt wel. ‘Damus… Wat doen jullie hier, zo helemaal alleen? Even zien, met z’n eleven ofzo? En allemaal zo bloedmooi? Hoe kan dat nou, Joop… hoe ken dat nou?’ Joop stond theatraal met verbrande buik te glimlachen en knipoogde goedkeurend, zonder woorden vuil te maken aan de zwerm schaars geklede, overwegend slanke bruine lichamen die besloten hadden met handdoeken, tassen en al een eind verderop het strand neer te strijken. De discussie op de heenweg had zich voortgezet. ‘Neem een vliegtuig als je in het park ligt. Ik bedoel, de straalmotoren zijn prima hoorbaar zelfs al zie je het vliegtuig in de verste hoogte. Volgens mij hoor je dat ‘s winters niet. Winter zou toch best geluiden anders kunnen laten klinken, in theorie?’ Er volgde een discussie. De uitkomst was dat kou of warmte veel zou kunnen veranderen aan geluiden. Winter klinkt krakend, scherp en blikkerig, knerpend als sneeuw.

Zo liggend op het alweer koel wordende zand van de namiddag, werd ik omgeven door een dof gestamp van kinderen die in het zand sprongen en de bal vingen of misten. Het gedreun droeg behoorlijk ver want toen ik onderzoekend mijn ogen opendeed, mijn hoofd optilde en om me heen keek, bleek dat ze minstens 7 meter verderop aan het spelen waren. ‘Neehee, je benen zó!’, commandeerde een meisje in bikini met donkere krullen die dansten in de zon. Ze gooide al wachtend de bal een paar keer omhoog en ving hem behendig weer op, duidelijk ongeduldig. Haar blonde broertje/neefje of buurjongen dacht zijn 5 jaar eer aan te doen door zijn leeftijdsfase van autonomie publiekelijk te demonstreren en daarbovenop volledig in lijn te blijven met een koppig karakter waar niet zo één-twee-drie mee te sollen was. Hij straalde ‘dat bepaal ik zelf wel’ uit. Hij sprong nog een paar keer in de lucht en deed een soort van dans waarbij er zand rondvloog. Op het moment dat het meisje met haar krullen en zonnebril en pet op de bal tussen zijn gespreide benen wilde gooien, zakte hij nonchalant zo diep in het zand dat de bal niet meer tussen zijn benen paste. Hij had zich op 20 centimeter na in een spagaat gemanoeuvreerd. Punt gescoord. ‘Neeheee, niet zo!’, schreeuwde het meisje en stampvoette boos.

De trillingen waren als dreunen te voelen en ik beeldde me in dat dove mensen dit soort dofheid van een trilling in het zand vast registreerden als het geluid van de zomer. Jammer dat zij de kalmerende suis van de zee niet kunnen horen en de grootsheid van het geruis van wind moeten missen. Wel zal de zachte tinteling van de zeewind op hun huid voelbaar zijn en over een uur als de zon bijna in de zee zakt, kippenvel veroorzaken. Bij mij wel althans. Of misschien heeft het effect van de zee wel hetzelfde effect als je de zomer ervan zacht laat binnenstromen, zacht wiegend. Verrassende stemmen maakten me wakker uit mijn stille gedachten. ‘Eej, kut Hagenees, wanneer ga jij nou eens naar huis?’, werd er in de verte geschreeuwd.

Ik dacht verder aan hoe de zomer klinkt. Warm en zoals thuis. Of veilig in een tent terwijl het buiten regent en het gras dampig zal ruiken in de ochtend terwijl glanzende dauwdruppels aan mijn voeten blijven plakken. ‘Eej ik kan nog voetballen dus zó dronken ben ik niet…’ schalde een rauwe stem verderop. Zomer is het gevoel van een open raam waar koelte na een warme plakkerige dag je slaapkamer binnenglijdt en het geritsel van de bomen door de wind hoorbaar is als onuitgesproken tedere woorden die me in slaap doen sukkelen.

Ik moest opeens denken aan de puurheid van een kind. Waarom kan ik niet verklaren. Zoals ik zoveel niet kan verklaren. Zand kriebelde aan mijn voeten aan ik ging rechtop zitten om het eraf te vegen. De helderheid van het golvende geluid van de zee leken wel woorden. Levende woorden, die de onrust van druk werk , een lichte chagrijnigheid en ontevredenheid tot zwijgen brachten. Op een personeelsfeest afgelopen vrijdag was er een esoterische markt waarbij ik een workshop ‘healing en meditatie’ had kunnen doen.  Er werd aan personeelsleden aangeboden dat zij ‘zacht gewiegd en zacht aan hun ledematen getrokken konden worden om het opheffen van blokkades te bewerkstelligen’. Veel te vaag. Onnodig ook. Als men rust zoekt is de zee een aanrader. Heel geen workshop of healing sessie voor nodig. ‘Deep calls to deep in the roar of your waterfall’ kwam in mijn gedachten op. Een zin uit een wijs boek dat ik ergens eens gelezen had en ik dacht na over de zee die inderdaad een poging gedaan had naar de diepere lagen van mijn ziel te stromen om me te helpen relativeren dat alle piekeringen en spinsels in mijn hoofd vervlogen in het licht van de koninklijke majesteit van golven en water, zo groot. Licht verbaasd genoot ik maar van de stilte, de zinnen van de zee en mensen om me heen. De helderheid en de tederheid van de zomer klonk als een soulvolle stem, diep met een fris aanstekelijk refrein dat nog de hele terugweg in mijn hoofd zou blijven zitten.


Jun 6 2010

Haarlemmerdijkies

‘Die zal wel gedacht hebben: wat is dat voor poepelegein? Met Minke geen Haarlemmerdijkies!’

(Collega over de no-nonsense aanpak van een gezinsvoogd)

(Haarlemmerdijkies = praatjes verkopen, in de maling nemen, ruzie zoeken)



Jun 6 2010

Positivo

‘Ergens toch ongelofelijk dat het leven er zo in geslaagd is ons zo’n sceptische of cynische kijk op het leven te geven. Je zou maar zo’n naïeve  waanzinnige positivo zijn en met je beide benen hup, in de boter springen en ergens blind voor gaan. Toestanden… Zie ik met ons niet gebeuren, jij?’

(gehoord op het Altra feest, afgelopen vrijdag)