
Kilometers geel zoefden voorbij. Met een schuin hoofd en half dichtgeknepen ogen werden het slierten gele slangen, zo turend en luisterend naar de grommende motor van de donkerblauwe Cincequento. Ze bedacht hoe de velden met koolzaad eruit zouden zien als ze blauw zouden zijn maar dat leek haar toch minder mooi. De autoramen stonden half open en maakten een stofzuigergeluid. Ze boog naar voren, leunde met haar kin op het glas zodat haar haar wapperde in de wind. Het was al zo warm dat papa een jurk aantrekken vanochtend een prima plan had gevonden. Mama had gezegd dat het al behoorlijk zomers was voor de tijd van het jaar. Honing rook ze en een soort van bloemengeur die leek op de zomer.
‘De baas van papa is zo aardig ons telkens een auto mee te geven’, had papa gezegd. ‘Een auto van de zaak, oftewel een auto die de boel niet verzaakt.’ Soms als ze mazzel hadden volgens papa reden ze als een koning met twee koninginnen in een super de luxe Audi, papa’s lievelingsauto’s. ‘Hoor es meiden hoe stil die motor is, we horen bijna niks!’ Judith haalde haar natte duim uit haar mond en mompelde iets onhoorbaars naast haar op de achterbank terwijl ze naar buiten bleef kijken. Duimen mag als je vijf bent vond papa maar als je iets wil zeggen moest je hem netjes uit je mond halen. Papa gaf zijn oudste dochter in de achteruitkijkspiegel een knipoog want hij wist dat zij zonder duim ook niet kon inslapen ‘s avonds, al was ze twee jaar ouder dan Judith. Op de heenreis had pap hen gevraagd of ze het teken van een Audi wisten en dat was natuurlijk een hele stomme vraag. Ze wisten de tekens van de Volkswagen, BMW, Ford, Mercedes, Hyundai, Citroën, Nissan, Honda, Alfa Romeo, Lada, Opel, Renault, Mazda, Peugeot, Mitsubishi, Saab, Toyota, Suzuki, Seat en Volvo omdat ze bijna elke dag in de auto naar mama moesten oefenen, tenminste als Judith niet sliep, zoals in 97 procent het geval was op de terugweg. De vingers om te tellen hoe veel keren ze al met z’n drieën naar mama waren gegaan waren al dagen op. ‘Die rode auto vóór ons?’ had papa gevraagd. ‘Ford Fiësta’ riepen ze dan. ‘Ik spaar vandaag Mazda’s pap’, klonk het vanaf de achterbank. Op kleur sparen kon ook. Rode Honda’s bijvoorbeeld. Alfa Romeo’s waren papa’s tweede favoriet omdat de naam zo lekker klonk. BMW’s werden in Duitsland gemaakt en papa zei ‘BMW’ altijd met een Duits accent. Hij kon ook een oude buurman uit ‘Utrech’ goed nadoen. Of de Rijkspolitie regio Rotterdam- Rijnmond. Wat papa vaak vergat is dat hij de Rijkspolitie regio Rotterdam-Rijnmond al een triljoen keer had nagedaan, iets wat pap niet aan zijn verstand te brengen was, laat staan dat hij te stoppen was in zijn talloze pogingen om het dit keer nòg beter en levendiger na te doen dan de vorige keer. Ongeveer precies op dezelfde levendige manier kon hij met hevig rondzwaaiende armgebaren en alles erbij, altijd maar weer voordoen hoe het schakelen ging van de ouwe legertruck die uit hetzelfde bouwjaar kwam als hijzèlf, namelijk ’53 en dat was een pràchtjaar! Ze wist dat papa in het leger zijn vrachtwagenrijbewijs gehaald had en dat was nòg stoerder dan sigaretten roken en het hebben van halflang haar, zo tot op zijn schouders. Ze dacht aan de oude foto waar pap met een strenge mond maar lachende ogen pontificaal bovenop een legervrachtwagen of patrouillewagen zat zoals dat in het echt heet en hij had een sigaret in zijn hand. Stiekem had ze zich van binnen als een vuurtje van trots gevoeld omdat pap het toch maar weer voor elkaar had gebokst om zomaar zonder pardon op die huizenhoge gevaarlijke legertruck te klimmen. Daar was moed voor nodig uiteraard. Wat wel een nadeel was was dat pap tijdens het verhaal altijd opeens loeihard ging praten en heel wild deed, net zoals sommige schreeuwende mensen op tv, iets wat haar helemaal niet nodig leek. Soms voelde ze dan in haar onderbuik een flauw vermoeden dat er in pap een sergeant met snor verstopt zat die ongetiegelijk streng kon zijn. Zo één die je lukraak een klap op je kanus kon geven met een bikkelhard zwart glimmend geweer dat oorverdovende kogels kan schieten en je oren kunnen doen suizen terwijl je absoluut honderd procent zeker weet dat je je schoenen wèl grondig gepoetst had, zoals je moet doen in het leger. Het toneelstuk van papa ging dan altijd ongeveer zo: ‘Nee, wachten.. wachten.. klìngg.. Hop. Wrrrèngg, in z’n twee! Gas los! Koppeling in! En die machine maar reutelen.. Bubbubbubbubb.. Wachten… Wachten.. tot het toerental genoeg gedaald was. Ja? Ja! Wwwhrengg! In z’n dríe!’ Vlinders kriebelden dan zachtjes haar onderbuikgevoel en ze probeerde dan hard en hysterisch te lachen, iets wat eigenlijk nog het beste hielp om het gekriebel niet te voelen. Alleen was er nooit geluid te horen omdat het geluid als een kikker in haar keel bleef steken op juist díe momenten. ‘Haha, yes pap, leuk verhaal hahaha’, schreeuwde ze dan in gedachten met een stem zo schel als een huilende baby. Eén keer had Judith naast haar op de achterbank, gemerkt dat haar vuisten gebald waren tijdens het geluidloze hysterische lachen. Best gek toen Judith daar zo over nadacht. Alsof haar zus misschien half verwachtte dat de sergeant met zijn oerlelijke snor en bulderstem op elk moment dreigend om de hoek zou kunnen komen marcheren, als een vervelende verrassing.
Dat vlindergevoel had ze ook gehad toen ze een keer ‘s nachts was wakker geschrokken na een vreselijk enge droom over een jongen die heel erg leek op Tommy en klem had gezeten in een grot. Daar was het niet bij gebleven want zij en haar bed waren drijfnat gebleken van het zweet. Papa had het toegeschreven aan angstzweet en had gezegd dat het geen goed idee was als ze vaker naar ‘Lassie’ zou kijken op tv, ook niet bij Fleur thuis. Volgens papa was dat nou precies de oorzaak van al deze ellende. Maar nu was het een paar minuten stil in de auto op het gebrom van de motor en het geflapper van de wapperende wind na. Judith was nog wakker al vochten haar oogleden tegen de slaap en dit was nog maar de heenreis. Vaak stond de achterbank in haar perzikzachte wang gedrukt als het tijd was om uit te stappen. Mama vond dat schattig. ‘Pap?’ ‘Ja Miek..’ ‘Wanneer mag mama nou uit het ziekenhuis?’ vroeg een zachte stem fluisterend.
Eenmaal in het witte gebouw had ze haar ogen gesloten en het blindemanspel gedaan, zonder het tegen papa te zeggen. Zijn hand had de hare stevig vastgehouden. Er was geen ontsnappen aan op dat moment. Ze dacht aan een omhelzing met mama en de geur van de zee en witte pluiswolken die ze dan vaak rook in haar moeders nek. Mama had een keer uitgelegd dat die geur ‘Musk’ heette van de Body Shop. Op de een of andere onverklaarbare manier moest ze dan altijd denken aan muziek van de piano, iets waar mama erg van hield. Bach heette dat. Mama had verteld dat Mozart een andere man was die piano én viool kon spelen, al vanaf 3 jaar, wat heel knap was. Mozart bleek in Wenen te hebben gewoond met een idiote pruik op die er niet uitzag. Thuis had ze mama wel eens begluurd toen ze zogenaamd haar boek ‘Eddo, het hermelijntje’ zat te lezen maar niet heus en wat ze had gezien was zich als een mooie melodie blijven herhalen in haar hoofd. Als mama piano speelde gingen haar schouders en haar hoofd heen en weer en dat leek op dansen, ritmisch en in mineur want zo heette dat. Opgaan in de muziek was de benaming om precies te zijn.
Bij de lift aangekomen hoorde ze het geritsel van witte jassen en de verdiepingen maakten pling-geluiden, iets dat een vredig gevoel gaf. Net als papa’s warme hand. Toen de grote zware metalen deuren door onzichtbare mannen in slowmotion open geduwd werden, was ze met haar twee jaar jongere zusje de gang ingerend, terwijl papa gisteren nog had gezegd dat hij daar absoluut niet van gediend was. Hier hingen vrouwen zonder kleren op schilderijen aan de spierwitte muren. Kunst, zogenaamd. Vier ogen hadden de hoogte in getuurd en daarna elkaar aangekeken. Geluidloze lippen telden af. Judith had van enthousiasme zelfs in de lucht gesprongen. Eén. Twee. Drie.. ‘Tieten, tieten, blote tieten!’ Papa’s stem klonk zoals zijn strenge ogen op de foto met de patrouillewagen, klinkend als de zware stem van de bulderende sergeant: ‘Dames! Dámes!!
Nieuwsgierige ogen namen een glimp op van de kamer op de zevende verdieping waar mama in lag. Haar ,volgens papa sprieterige sproetenlijf, verschuilde zich achter de deurpost in stille verlegenheid. Ze had gezien dat mama met haar ogen dicht op het spierwitte bed lag. De deken was lichtgeel en leek op de zon die strepen maakte op de grond. ‘Dat komt door de Luxaflex’, herinnerde ze zich mama’s licht hese stem. Papa had vorige week gezegd dat mama bepaald niet barstte van de energie en veel moest slapen voor de baby. Mama had niks gezegd toen ze de kamer binnenliepen die Judith heerlijk vond ruiken. ‘Lekker naar ziekenhuis ruikt het hier’, snoof Judith dan. ‘Net als benzine, ook zo’n zalige geur!’, hoorde ze haar zusje in gedachten zeggen. Zelf was ze er totaal niet weg van maar dat had meer te maken met de vlagen van misselijkheid die ze zich herinnerde na een liesbreuk operatie twee jaar geleden. Op dag twee na de operatie had ze zichzelf niet kunnen bedwingen en had vastbesloten aangekondigd ‘buiten te gaan spelen’, iets waarover mama zich had gevraagd of dat nou wel zo verstandig was. Het had geresulteerd in een voorzichtig en pijnlijk uitziend geschuifel zoals een kromgegroeide stokoude vrouw van minstens negentig; de tuin uit, nog geen drie meter de naar teer ruikende zanderige steeg in en terug, zich vastgrijpend aan de schutting voor steun. Dit alles had zes minuten in beslag genomen. De rest van de middag had zich afgespeeld onder haar wit-met-blauwe schaapjes dekbed. De pijnscheuten herinnerde ze zich nog. Ondraaglijk. Rechtop lopen was nog een heel aantal dagen niet aan de orde geweest, laat staan rekenopdrachten maken bij juf Greta van groep drie. Het enige leuke was de torenhoge stapel aan cadeaus!
Stiekem hoopte ze dat mama nu iets zou zeggen en herinnerde zich de wandeling door de tuin van het AMC. De bloesemboom thuis in de tuin was normaal gesproken mama’s verjaardagscadeau eind april maar dit jaar was mama niet thuis om ervan te genieten. Papa had gezegd dat mama dan maar diep in haar geheugen moest graven en dan maar moest dromen over de bloeiende roze bloesemboom. In de tuin van het AMC hadden mensen met doorzichtige slangen aan hun armen en zakken met water in de lucht rond gewandeld en dat bezorgde haar een licht gevoel van kriebel terwijl ze absoluut niet goed begreep waarom. Broeierig warm had mama het gevonden. Papa en mama hadden onverstaanbaar gesmoesd terwijl papa even ervoor haar en Judith had aangemoedigd om vlinders te gaan zoeken, even verderop. Papa duwde de grijze rolstoel met mama en haar enorme dikke buik die naar de hemel wees erin. Er waren rodondrendons en fuchsia’s waarvan de groene knopjes konden ploppen in je hand. Oma had dat weleens laten zien nadat ze hadden geholpen met grasmaaien en inmiddels waren zij en Judith er sterren in geworden, was de bescheiden mening van opa. Vlinders waren er niet in de AMC tuin. Rupsen wel. Toen ze er één wilde laten zien en terug holde, zag ze een treurige M-mond op mama’s gezicht. Papa’s knokkels waren wit van het knijpen in mama’s hand. Vlagen van halve woorden had ze opgevangen die leken op bloedverlies, ontwijken van artsen voor ontslag en iets van eenzaamheid, wat het ook mocht betekenen. ‘Ik ga dan douchen of wandelen of naar de stilte ruimte en kien het moment uit om maar niet te horen dat ik naar huis moet’, had ze mama horen zeggen met een zachte hese stem. Opeens was daar het het kriebelige vlindergevoel in haar buik om de hoek komen zeilen dat ervoor gezorgd had dat ze als een bezetene over het pad heen en weer was gaan rennen. Papa’s antwoord zorgde ervoor dat mama’s ogen in de lege lucht stilstonden en het leek erop dat mama er niet bij was met haar gedachten. Door de groene bladeren hoorde ze veel, hoe goed haar ouders ook hun best deden om hun verdrietige handen en tegelijkertijd de voorzichtige glimpen van hoop in hun ogen af te schermen van de kleine rennende lijven vol energie die het pad onverminderd op en neer bleven rennen en inmiddels tikkertje deden. ‘Marijk, ik wil je thuis. Tuurlijk wil ik dat! Zo riskant alleen.’ Zwijgzaam liepen ze door. De rolstoel van mama rolde over het mossige pad tot Judith vroeg of ze ja of de nee ijs mocht.
Een kleine hand kriebelde op die van mama. Judith deed de overtreffende trap door op mama’s gezicht een vlieg na te doen met haar vingers waarna grijsblauwe ogen knipperden en een verhaal van opluchting en vrolijkheid vertelden, als een clown die lacht na gehuild te hebben met een M-mond. ‘Hee mam, ik zit in nu in wit’, flapte Judith eruit. Mama keek papa aan met een vraagtekenend gezicht. ‘Zwemles’, verklaarde papa. ‘Echt?’ ‘Mag ik je appelsap?’ ‘Mmm… oké dan.’ Omdat ze volgens mama zo’n gevoelig kind zou zijn mocht ze haar oor op mama’s buik leggen om de baby te voelen vandaag. Mama en de andere twee vrouwen lagen precies op volgorde en dat gaf een rustgevend gevoel. Een beetje als vriendinnen worden en mee mogen doen met een nieuw spelletje op het schoolplein, in de pauze. Judith gluurde met detective ogen langs de half gesloten gordijnen. De buurvrouw had een tweeling in haar buik, de buurvrouw daarnaast, naast de gang, een drieling. De buurvrouw met twee babies was het állerdikst. Haar buik stond op ontploffen. Ze hoopte niet dat dat zou gebeuren want dat zou een hoop bende kunnen opleveren op deze spierwitte muren. En de vrouwen en één man in hun witte uniformen waren normaal gezien al zo druk, al blonken ze nu van afwezigheid en zaten ze waarschijnlijk pauze te houden en grote gezelligers uit te hangen in hun kantoor. Papa toverde zijn gele koolzaadbos van achter zijn rug tevoorschijn wat voor mama natuurlijk niet lukraak uit de lucht kwam vallen en absoluut geen verrassing bleek te zijn want ze had de zomer allang geroken toen we haar en die van de bijna-tweeling-en-drieling-moeder binnengelopen waren. ‘Lief Dick’, zei ze glimlachend. Papa vroeg hoe het vandaag was en zoals zo vaak had mama het weer een okédag maar was ze vooral blij dat we er waren omdat ze zich er zo op verheugd had.
Op bijna elke terugrit terug naar Almere wapperden Judiths gele krullen heel vaak helemaal voor haar gezicht. Buiten scheen inmiddels de maan en op het gebrom van de auto overheerste donkere stilte. De stemmen van Pino en Inimini waren verstild en Sesamstraat sliep al. Alleen in gedachten was de ergernis van Tommie’s stem nog hoorbaar: ’Ik kan niet slapen, kan niet slapen, in de kamer is een mug. Hij is net weer even weg, maar telkens komt-ie terug. Dan vliegt-ie met zijn mugmotoren, keihard, heel dicht langs mijn oren en soms dan is het plotseling stil… Dan zit-ie ergens, ‘k weet het zeker op mijn neus of mijn kin, op mijn wang of mijn bil. Vervelend beest, ga nou slapen, ga nou slapen!’ Geruisloos had papa de casettespeler op uit gedrukt.
Voordat ze half in slaap sukkelde op de achterbank, ongeveer ter hoogte van de A1 op de kruising met de Hogering dacht ze aan het verhaal wat papa had verteld aan mama vanavond, waarvan ze niet zeker wist wat ze ervan moest denken. Twijfelend had ze staan dubben of het nou een goed of slecht iets was want papa’s stem had vol geklonken van lof als ze het goed had gehoord. Patrick was één van die pestkoppen die ervoor had gezorgd dat niemand zogenaamd op de glijbaan mocht. Hij schold iedereen verrot samen met Marco. Die was nóg erder. Samen beeldden ze zich in de Koningen der Glijbanen te zijn en heersten vol tirannie over het hofje vol zielige afdruipers. Huilend was ze naar huis gehold en met haar natte wangen door papa op een keukenstoel getild, slap van verdriet en woede die haar naar lucht hadden doen happen, eerder die week. Na een hortend en stotend relaas van het grote onrecht dat heerste in het hofje was haar ademhaling aanzienlijk bedaard toen ze de verzachtende en friszoete smaak van een Festini perenijsje opzoog, die papa in haar handen had geduwd. Met met een triomfantelijk gebaar had hij deze van haar papieren omhulsel bevrijd en dat had een voorzichtige glimlach teweeg gebracht tussen de sproeten door. ‘Luister es, Miek!, had hij streng gesproken. ‘Ben je een watje of ben je het niet?! Als je van dat gedoe af wil zijn moet je voor jezelf opkomen en eens flink van je af meppen! Hoor je me? Niet huilen! Zo! Wham! Een klap voor hun kop. Een goeie trap kan ook. Hoor je? Bijt van je af hoor. Jij gaat nu nadenken of je binnen gaat blijven en niet meer in het hofje durft te spelen of je kiest om van je af te bijten. Aan jóu de keus! Huilen gaat niet meer gebeuren.‘ Al smakkend had ze deze woorden in haar ziel laten sijpelen en het had een onverwachte wending teweeg gebracht. Patricks moeder stond niet lang daarna in haar wit met rood gestipte doorschijnende blouse en spijkerbroek waaronder haar bilrand zichtbaar was passief agressief aaneenhoudend op de deurbel te drukken tot er opengedaan werd. Schreeuwend met een Jordanees accent, een hand in haar zij en onrustig wiebelend op witte teenslippers had ze een poging gedaan om verhaal te halen aangezien ‘háár sóón’, alias de Heerser van het hofje met een goeie pofferd op zijn oog van de troon gestoten was en ‘wát dan wel de rede moch wesen dat dat kind só agerressief was?!’ ‘Uhmm’.., had pap gereageerd. ‘Misschien wel omdat hun moeder al zeven weken in het ziekenhuis ligt?..’ Patricks moeder zich resoluut had omgedraaid nadat ze na een kort pauzemoment ’oowh’ had gezegd met minstens veertig decibellen minder. Luisterend naar paps zachte rochelende ademhaling achter het stuur dacht ze na over mama’s reactie nadat papa haar dit voorval had toevertrouwd vanavond. Totaal tegen alle verwachtingen in had mama zonder geluid gelachen met een flauwe glimlach op haar gezicht. Heel gek.
Zelfs van de hobbels van de wegvlakbij huis, drempels officieel, werd Judith niet wakker en wiegde haar hoofd als van een slappe pop heen en weer. Zelf zou het ook niet lang duren voor ze in bed verder kon slapen tot de zon weer een oranje gloed zou werpen op de volgende dag, er weer één dichterbij de komst van haar broertje. Dat zou het worden! Pap had voorzichtig gezegd dat het ook een zusje zou kunnen worden maar dat was je reinste onzin. ‘Ik heb er toch voor gebid!, was de hoogst verontwaardigde reactie. Soms, als ze zelf nog wakker was als de auto stilstond deed ze Judiths gordel los en hoorde papa altijd een beetje zuchten terwijl hij haar voorzichtig en geruisloos de trap op tilde, naar bed.